Inhoudsopgave
Hoe leefden arbeiders in de negentiende eeuw?
Gezinnen woonden daardoor in veel te kleine kamers, kelders en krotten. De arbeiderswijken waren echte sloppenwijken, vaak zonder riolering en waterleiding. Naast deze slechte leefomstandigheden waren er ook slechte en gevaarlijke werkomstandigheden voor de arbeiders. De fabrieken waren onveilig en onhygiënisch.
Hoe waren werkomstandigheden in de textielindustrie?
De arbeid werd uitgevoerd als loonarbeid en de arbeiders verloren hun zelfstandigheid. Waar zij eerst hun eigen werktempo konden bepalen, waren zij nu gebonden aan de werktijden van de fabriek, wat andere eisen stelde aan het arbeidsethos. Ook werden wonen en werken nu volledig gescheiden.
Wanneer begon de industriële revolutie?
De industriële revolutie begon rond 1750 in Engeland en vervolgde begin negentiende eeuw in de rest van Europa. Ambachtelijke en kleinschalige werkplaatsen groeiden uit tot grote fabrieken en vormden samen een grootschalige industrie. Door die groei daalde de prijs van de producten enorm waardoor steeds meer mensen zich deze konden veroorloven.
Wat was de eerste industriële revolutie in Engeland?
Eerste Industriële Revolutie (ca.1760-1867). Vanaf de jaren 1760 begon de Industriële Revolutie in Engeland van de grond te komen, met name door (verbeterde) textielmachines en de stoommachine van James Watt. Naast stoommachines was de komst van stoomtreinen en stoomschepen cruciaal. In de fase werd veel ijzer gebruikt.
Wat waren de gevolgen van de industrialisatie?
De gevolgen van de industrialisatie waren te zien in het proces van de snelle urbanisatie van voorheen relatief kleine dorpen en stadjes waar de nieuwe fabrieken kwamen. Een stad als Manchester veranderde tussen 1800 en 1850 in een vuile en ongezonde industriestad.
Vrouwen- en kinderarbeid waren kenmerkend voor de 19e eeuw. Omdat de lonen erg laag waren werkte het hele gezin mee in de fabriek, dus ook vrouwen en kinderen. Zowel de lonen van de kinderen als van de vrouwen waren lager dan die van de mannen. Rond 1860 werkten een half miljoen Nederlandse kinderen in fabrieken.