Inhoudsopgave
Kan een stichting een groepsmaatschappij zijn?
Groepsdoelstelling en groepsbelang. In de statuten van de moederstichting kan tot uitdrukking gebracht worden dat de moeder de “centrale leiding” binnen de groep vormt. Het doel kan bijvoorbeeld omvatten: “het aansturen van de groepsmaatschappijen en werkmaatschappijen van de stichting”.
Wat valt onder groepsmaatschappij?
Groepsmaatschappijen zijn die “rechtspersonen en vennootschappen die met elkaar in een groep zijn verbonden”. Om als groep te kwalificeren moet dus sprake zijn van: een organisatorische verbondenheid, én. een economische eenheid.
Wat is een rechtspersoon volgens de wet?
Een rechtspersoon is een organisatie of instelling die dezelfde juridische rechten en plichten heeft als een natuurlijk persoon, dat wil zeggen een mens van vlees en bloed. Een rechtspersoon kan hierdoor rechtszaken aanspannen of aangeklaagd worden, net als een natuurlijk persoon.
Waar is de wet op de jaarrekening opgenomen in het Burgerlijk Wetboek?
Artikel 361 BW 2 1 Onder jaarrekening wordt verstaan: de enkelvoudige jaarrekening die bestaat uit de balans en de winst- en verliesrekening met de toelichting, en de geconsolideerde jaarrekening indien de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening opstelt.
Wat zijn de voorwaarden van een stichting?
Wanneer je een stichting wilt oprichten, moet je je inschrijven bij de KvK en langs de notaris. Jouw organisatie wordt namelijk alleen officieel opgericht met een notariële akte of testament. Tijdens de afspraak verklaren de ondernemers dat zij een stichting willen oprichten en wordt het doel vastgelegd in de statuten.
Wat zijn de verplichtingen van een stichting?
Artikel 286
- Een stichting moet worden opgericht bij notariële akte.
- De akte moet worden verleden in de Nederlandse taal.
- De akte bevat de statuten van de stichting.
- De statuten moeten inhouden:
- De notaris, ten overstaan van wie de akte is verleden, draagt zorg dat de statuten bevatten hetgeen in de leden 2-4 is genoemd.
Hoe is Boek 2 van het BW verdeeld?
Het Burgerlijk Wetboek wordt onder degenen die het veel gebruiken vaak afgekort tot BW. Het nummer van het boek van het Burgerlijk Wetboek en het artikelnummer worden gescheiden door een dubbele punt. Eventuele onderverdelingen worden aangegeven met het woord ‘lid’, een nog verdere onderverdeling met ‘sub’.