Inhoudsopgave
Wat zijn succesverhalen?
Korte, mooie portretten die laten zien wie er aan het werk is gegaan, wat er nodig was en wie heeft geholpen.
Hoe schrijf je een succesverhaal?
Om je eigen succesverhaal te kunnen schrijven dien je allereerst goed te weten wat succes voor jou betekent. We willen allemaal ‘succes’. We willen ‘succesvol zijn’ en ons ‘succesvol voelen’. We streven geld, macht, kennis, liefde, schoonheid en duizend andere dingen na.
Waarom ik succes verdien?
Er moet altijd iets gebeuren. Er daar zit de kern van ‘iets verdienen’: we denken dat we er iets voor moeten doen. Dat gaat goed als we doen wat er moet gebeuren: dan krijgen we lof van onze omgeving. We hebben ons doel bereikt en verdienen succes.
succesverhaal – zelfstandig naamwoord uitspraak: suk-ses-ver-haal 1. verhaal over iets wat succesvol verlopen is ♢ Stan vertelt alleen succesverhalen; over de mislukkingen heeft hij het niet Zelfstandig naamwoord: suk-ses-ver-haal …
Waarom verdien je iets?
Het is voor je gevoel van eigenwaarde essentieel om jezelf datgene te geven waarnaar je verlangt. Zo leer je jezelf dat je erop kunt vertrouwen dat je in staat bent om jezelf te geven wat je nodig hebt – en dat je verdient wat je wilt. Zo kom je dichterbij wie je werkelijk bent en geniet je meer van het leven.
Wat doet succes met je?
Je eigen definitie van succes bepaalt of je het bereikt of niet. Hoe hoger je je persoonlijke doelen stelt, hoe groter de uitdaging is om het te bereiken. En dus is het noodzakelijk om eens stil te staan bij jouw persoonlijke definitie van succes.
Wat betekent succes in het leven?
Succes is de mate waarin je in staat bent de doelen te verwezenlijken die je jezelf stelt. En dat kunnen grote en kleine doelen zijn en die hoeven niets te maken te hebben met het vergaren van geld, roem of status. Succes is dus een heel persoonlijk en relatief begrip.
Wie verdiend of verdient?
Deze kunnen we kort houden: ik verdien, jij verdient, hij verdient. Ik geloof, jij gelooft, hij gelooft. Ik blijf, jij blijft, hij blijft. De derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd (hij/zij/het) eindigt op een – t.